Over Willem Hussem
Willem Hussem (Rotterdam 1900 – Den Haag 1974) volgt in 1917 lessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, maar verlaat de studie voortijdig om te studeren bij schilder Dirk Nijland (1881-1951).
Voor de Tweede Wereldoorlog woont hij, met enkele onderbrekingen, in Frankrijk waar hij in contact komt met Picasso en Mondriaan.
In 1940 debuteert Hussem als dichter met de bundel ‘De kustlijn’. En vanaf 1961 verschijnen regelmatig dichtbundels met haiku-achtige, tot de kern teruggebrachte gedichten. Deze ontwikkeling in de poëzie loopt parallel met zijn ontwikkeling als schilder.

Muurgedicht in Leiden. Foto: Jacowies Surie
Na 1940 wordt zijn schilderwerk abstracter. Hij is hiermee in Den Haag een van de eerste kunstenaars die deze weg inslaat en zijn stijl radicaal verandert.

Willem Hussem, Zonder titel, olieverf op doek, 125 x 200 cm, 1963, privecollectie, Amsterdam, Foto Edo Kuipers
Tegen het einde van de oorlog begint Hussem te experimenteren met kalligrafie en verschijnt voor het eerst oosterse beeldtaal in zijn werk. Uiteindelijk ontwikkelt hij een eigen stijl, die gekenmerkt wordt door een compositie van ‘tekens’.

Hussems 'Fuga' werd in 1973 bij het HagaZiekenhuis locatie Leyenburg geplaatst. "Er is in feite geen betere plaats voor mijn plastiek dan in de omgeving van een ziekenhuis. Daar staan op en neergang van de mens immers centraal." Hussem doelde hiermee op de vorm van het beeld.
In gesprek
Café de Posthoorn wordt in de jaren ’50 en ’60 een ontmoetingsplek waar kunstenaars als Jaap Nanninga, Piet Ouborg, Hussem en Jan Roëde elkaar dagelijks ontmoeten. Hussem had in de kunstenaarskringen van die tijd een centrale rol. Zo was hij spraakmakend lid van Pulchri Studio, de Haagse Kunstkring, Verve en Nieuwe Beelden


